Paragrafen

Paragraaf Grondbeleid

Grond-voor-grond: verkoop gronden ten behoeve van de realisatie van het NNN

Realisatie en prognose verkoop Grond-voor-Grond (GvG).
Sinds 2014 verkoopt de provincie planmatig de voormalige Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL-gronden) die zijn gelegen buiten het Natuur Netwerk Nederland (NNN). De verkoopplanning is gebaseerd op de uitgangspunten dat vóór 2027 dit voormalige BBL-bezit verkocht dient te zijn en deze vervreemding geen marktprijsverstoring mag veroorzaken. Momenteel wordt deze verkoop getemporiseerd, aangezien GvG-percelen als ruil-/compensatiegronden nodig kunnen zijn voor (andere) provinciale opgaven. Daarom is het de vraag of 2027 het eindjaar blijft en/of delen ‘overgeboekt’ dienen te worden, naar bijvoorbeeld de provinciale grondbank voor het ZH-PLG. Vervolgens kan worden bepaald wat nog resteert binnen het GvG-label, zodat uiteindelijk (op perceelsniveau) een keuze kan worden gemaakt wat nog dient te gebeuren om klaar te zijn vóór 2027. Er kunnen ook kansen bij zitten die vragen om een (langer) herontwikkelings-/verkooptraject.

 De totale netto-opbrengsten uit verkoop en tijdelijk beheer (d.w.z. minus de risico-afslag, kosten en afschrijving boekwaarden) over de gehele periode bedragen ca. € 145 mln. Tot en met 2023 is daarvan ca. € 120 mln gerealiseerd. Deze geactualiseerde ramingen zijn doorgevoerd in de begroting. De GvG-businesscase (opbrengsten en kosten) wordt op dit moment geactualiseerd. In juni 2024 zijn de GvG percelen opnieuw getaxeerd. De resultaten hiervan zullen in 2025 in de begroting worden verwerkt. Bij de jaarrekening en voorjaars- en najaarsnota zal beoordeeld worden of er argumenten zijn om (de planning van) de opbrengstrealisatie aan te passen, bijvoorbeeld als een gevolg van agrarische grondmarktontwikkelingen. Vraag is ook of gronden ingezet kunnen worden voor andere provinciale doelen, zoals ruilgrond voor het Natuur Netwerk Zuid-Holland (NN-ZH) of voor het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied (ZH-PLG) doelen zoals bodemdaling, stikstof en bos- en bomenbeleid.

Als de provincie besluit om bepaalde (GvG-)gronden in te zetten voor andere opgaven, dan zal een verrekening plaatsvinden tussen het betreffende beleidsprogramma en het (GvG-)programma. Dit heeft gevolgen voor de kosten/opbrengsten van het tijdelijke beheer en de fasering van verkoopopbrengsten.

Waarderingsbeleid Grond-voor-Grond
De balanspositie van de zogenaamde grond-voor-grond-voorraad is verwerkt in de cijfers van de jaarrekening 2023 en is door de externe accountant van de provincie gecontroleerd. Het verschil tussen enerzijds de opbrengsten uit grondverkoop en pacht en anderzijds de risicofactor en de boekwaarde van de verkochte grond, alsmede de proceskosten vormen de dekkingsmiddelen voor de realisatie van NNN-doelstellingen.

Tijdelijk beheer grond-voor-grond
In de spelregels Pacht behorende bij de nieuwe uitvoeringsnota grondbeleid is opgenomen dat jaarlijks de pachtprijzen zullen worden vastgesteld door GS. De pachtprijzen en voorwaarden 2025 worden in het najaar 2024  door GS vastgesteld. De berekening van de pachtprijzen zal volgens een in 2020 ingevoerde systematiek worden berekend. Deze systematiek gaat uit van de grondwaarde en het pachtnormenbesluit van het Rijk.
In afwachting van verkoop of inrichting worden de gronden die de provincie in eigendom heeft, verpacht.

Gronden met specifieke beleidsdoelen, zoals de gronden in de weidevogelgebieden worden verpacht met beperkende voorwaarden (zoals minder of geen gebruik mest en/of aangepaste beweiding). Voor de provinciale gronden met een natuur- of weidevogeldoelstelling worden op basis van de pachtprijzen-systematiek lagere pachtprijzen gehanteerd dan voor  gronden zonder een dergelijk doel.
Voor 2025 worden de bruto-pachtopbrengsten geraamd op ca € 0,7 mln. Als gevolg van de verkoop van het overtollige bezit en het “doorleveren” van ingerichte gronden aan de (terrein)beherende organisaties of particulieren kunnen de kosten en opbrengsten uit tijdelijk beheer de komende jaren geleidelijk afnemen.

Naast de pachtuitgifte van de agrarische grond zijn er diverse inventarisaties uitgevoerd naar de staat van onderhoud van de provinciale percelen inclusief bruggen en dammen. Dat heeft o.a. geleid tot een driejarig baggerprogramma (cyclus). Hiernaast zal gekeken worden of er een integraal onderhoudsplan watergangen kan worden opgezet voor watergangen die zich verspreid binnen de provincie bevinden.
Ook worden net als in 2024 wordt opdracht gegeven voor de bestrijding van de storingssoorten en invasieve soorten zoals ridderzuring, distels en Japanse Duizendknoop.
Het onderhoud van bruggen en dammen wordt met name in de Krimpenerwaard afgestemd met het gebiedsproces.

Deze pagina is gebouwd op 10/03/2024 09:21:03 met de export van 10/03/2024 09:17:11